Afgelopen week las ik ( Maartje) een artikel van stichting NIVOZ over een experiment aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Het ging over een groep studenten die als experiment 2 weken ‘niets’ mochten doen. En dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan.
Morgen bespreken we met de deelnemers van de opleiding basisbekwaam de theorie van de stiltelessen van Montessori. En laten we ze de stilte en het ‘niets’ doen ervaren. We gaan net als de studenten en de kinderen door het moment van ongemak. Om daarna echte stilte te maken met elkaar.
Wat me direct trof in het artikel is hoe de docenten, te werk gingen. Ze gaven geen definitie van ‘niks doen’. Ze begonnen op de eerste dag met de vraag wat het zou kunnen zijn en lieten die vraag aan de studenten zelf. Dat is, vanuit de montessori-principes, precies de juiste ingang. Niet het antwoord geven, maar de omgeving scheppen waarin de lerende zelf ontdekt.
De studenten maakten categorieën: rust, nutteloze dingen doen, aandacht, dingen waar je wel prettig bij voelt maar nooit tijd voor neemt. Ze bespraken indelingen: lichaam stil of actief, doel of geen doel, prikkels of geen prikkels. Er was voortdurend onenigheid. Is wandelen niks doen? Is mediteren niks doen? Je lichaam ligt stil, maar het heeft een duidelijk doel. Over één ding waren ze het redelijk eens: stil word je niet met iets wat je automatisch doet.
Precies hier raakt het experiment aan de montessori stilteles. Want stilte is bij Montessori ook geen automatisme. Het is een bewuste, actieve innerlijke daad. Wie werkelijk stilte maakt, oefent wilskracht, concentratie en zelfbewustzijn. Om het lichaam tot stilte te brengen, moet een kind controle hebben over zijn bewegingen.
Stilte is géén passiviteit. Het is een oefening in aanwezigheid.
Montessori begon haar stiltelessen met een baby. Geïnspireerd door de stilte van dit kleine mensje wilde ze dit gevoel met haar kinderen delen. Op een dag kwam ze de klas binnen met een baby van vier maanden oud in haar armen. Tot haar verbazing zag ze een buitengewone spanning in de kinderen die haar gadesloegen. In dat moment was er een buitengewone stilte. De kinderen werden als uit zichzelf stil. Het tikken van de klok, dat normaal niet te horen was, werd waarneembaar.
Een slapende baby als leraar. Stilte als iets dat je samen maakt. Kinderen verlangen naar stilte. Niet altijd, niet voortdurend, maar in de juiste omstandigheden ontdekken ze haar als iets waardevols. En dat geldt, zo blijkt aan de HKU, ook voor studenten van twintig jaar.
De HKU-studenten bedachten zelf opdrachten tijdens het experiment. Zoals een uur wachten op een bus die niet kwam. Meel zeven en terugdoen in het pak. In een boom zitten. Rijstkorrels tellen. Schoonmaken. Vijf minuten in elkaars ogen kijken zonder te praten.
De opdracht met de meeste impact: iemand zet thee en wacht tot die koel genoeg is om te drinken. Eén student ging zitten met haar theekopje. Wat er toen gebeurde had niemand voorzien. De groep zat in een kring, en iedereen ging meekijken. Niet als opdracht, niet als instructie, het ontstond vanzelf. Eerst ongemak, dan stilte.
Dat is precies de magie die Montessori beschreef met haar baby in de klas. Morgen laten we het de deelnemers zelf ervaren en ontdekken. Stilte die niet wordt opgelegd, maar wordt ontdekt. Gezamenlijk.
Geschreven door: Maartje van Houwelingen
Link naar het artikel:
https://nivoz.nl/nl/niks-doen-op-de-hku-over-een-experiment-dat-zichzelf-niet-kan-overleven