Sinds augustus 2026 zijn de nieuwe kerndoelen Nederlands van kracht. Voor het montessorionderwijs verandert er minder dan wat je op dit moment allemaal op de socials en in de vakbladen leest. Het gaat om negen kerndoelen, verdeeld over zeventien onderdelen in vier domeinen. Er geldt overgangsrecht tot 2031, dus je hebt vijf jaar om er in stappen naartoe te werken. De kerndoelen voor burgerschap en digitale geletterdheid volgen naar verwachting per september 2027.
De eerste reflex bij nieuwe kerndoelen is een nieuwe methode. Dat is begrijpelijk, want een methode geeft je een dekkingslijst en daarmee het gevoel dat je niets mist. Lees je wat er in de doelen staat, dan zie je iets anders. Kerndoel 1A luidt:
de school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving.
Dat is geen leerstof die je aanschaft, dat is wat er bij jou op de plank ligt.
De vraag die ik de laatste weken het vaakst van directeuren krijg gaat over spelling. Zij lezen de nieuwe kerndoelen door en zien geen aparte rij spellingdoelen meer staan. Spelling is er wel degelijk, alleen op een andere plek. Kerndoel 6B luidt:
de leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie.
Dat doel hoort bij het domein Taal, naast kerndoel 6A over de relatie tussen vorm en betekenis. Spelling is daarmee geen losse rij oefeningen meer, maar een onderdeel van inzicht in taal als systeem.
Precies daar zitten de driedelige kaarten. Een set bestaat uit een kaart met alleen een afbeelding, een los woordstrookje en een controlekaart waarop het beeld en het woord samen staan. Het kind legt het woord bij het beeld en draait daarna de controlekaart om, dus het heeft jou niet nodig om te weten of het goed is.
Dat werken volgt de drie perioden van de les die Maria Montessori overnam van Édouard Séguin. Eerst verbind je de naam met het voorwerp, daarna vraag je het kind het voorwerp bij de naam te zoeken, en pas in de derde stap vraag je hoe het heet. Montessori schreef er in 1912 al over:
“De lessen in nomenclatuur moeten er eenvoudigweg uit bestaan dat je de verbinding oproept tussen de naam en het voorwerp, of tussen de naam en het abstracte idee waar die naam voor staat.”
Maria Montessori, De Montessori Methode, 1912, in mijn vertaling. Op de website komt dit citaat cursief te staan.
In onze sets zit bij elke kaart een woordstrookje in schrijfletters en in blokletters, met en zonder klein plaatje, plus een kaartje met drie zinnen. Een kind dat net begint te lezen werkt met dezelfde set als een kind dat al vlot leest. Kerndoel 1A ligt daar gewoon op het kleedje. Schrijft een kind de woorden over in zijn eigen schrift, dan komt 6B in beeld. Schrijft het op wat het net heeft uitgezocht, dan raak je kerndoel 3C, schrijven om tot kennisopbouw of begrip te komen.
Er is ook onderzoek dat laat zien waarom dit werkt. Rosenthal en Ehri vonden dat kinderen de uitspraak en de betekenis van een nieuw woord beter onthouden wanneer ze de geschreven vorm erbij zien, dus niet alleen het plaatje en de uitleg. Dat is precies wat een woordstrookje naast een afbeelding doet. Ehri noemt dat orthographic mapping, waarbij spelling, klank en betekenis samen in het geheugen worden vastgelegd. De meta-analyse van Graham en Santangelo over 53 studies laat zien dat aandacht voor spelling niet alleen betere spellers oplevert, maar ook doorwerkt in het schrijven en in het lezen zelf. Voor het montessorionderwijs als geheel vond de systematische review van Randolph en collega’s uit 2023 een klein maar positief effect op taal, met de hoogste kwalificatie voor de kwaliteit van dat bewijs.
Zelf werk ik op dit moment aan een aanvulling op je spellinglijn die uit die driedelige kaarten voortkomt, want de vraag van die directeuren verdient een beter antwoord dan een verwijzing naar een doelnummer.
Wat er dit najaar wel van je gevraagd wordt is dat je het kunt aanwijzen. Niet iets anders gaan doen, maar kunnen laten zien waar een doel in jouw groep landt en waarom jouw materiaal daarvoor deugt. De komende drie weken leg ik in korte berichten steeds één kerndoel naast één werkje. Eerst de onderbouw, met de boerderij en de kleurspoelen bij kerndoel 6A. Daarna de middenbouw, met de driedelige kaarten in de herfst bij kerndoel 1A. Tot slot de bovenbouw, met de mindmap over burgerschap en bestuur bij kerndoel 3C. Je kunt die zinnen zo overnemen in je eigen gesprek.
De driedelige kaartjes voor de onderbouw en de middenbouw vind je in ons Monteshoppie, op https://montessorimovement010.nl/monteshoppie/
De kerndoelen vragen geen nieuw materiaal van je. Ze vragen dat je woorden geeft aan wat er al ligt.