Een voorbereide omgeving houd je samen op orde
Ieder jaar weer hetzelfde. Kraaltjes in een emmer met een steradent tablet, alles tellen, poetsen, afdekken met plastic, kaartjes natellen. Materialen weer compleet zien te krijgen. Wat een werk. Ik vond het altijd vreselijke momenten, die eindejaarsschoonmaak. Tot ik besloot dat het anders moest, en dat de oplossing niet bij mij lag maar in de voorbereide omgeving zelf.
Mijn oplossing was om kinderen te leren dat ze na ieder werkje het doosje uitstoften met een kwastje, de kaartjes telden en het doosje afnamen met een vochtig doekje. In het begin kostte dat best veel tijd en discipline. Een werkje opruimen werd ineens een klein ritueel, en niet iedereen vond dat meteen fijn. Maar toen de kinderen eenmaal doorhadden dat de werkjes daarmee altijd compleet bleven, en dat werken met een volledig doosje zoveel prettiger is, ging het steeds beter.
Wat zorg voor de omgeving doet
Hier zit voor mij de kern van montessorionderwijs. De voorbereide omgeving is niet iets wat de montessorileerkracht in haar eentje op orde houdt voor de kinderen. Het is iets waar je samen verantwoordelijk voor bent. Maria Montessori beschouwde die zorgvuldig ingerichte omgeving als een voorwaarde voor zelfstandigheid: alleen in een ruimte die klopt, kan een kind echt zelf kiezen, werken en opruimen. Een kind dat zelf voor zijn doosje zorgt, leert iets wat veel verder reikt dan het tellen van kaartjes. Het leert dat zijn handelen ertoe doet, dat de groep op hem kan rekenen, en dat orde geen straf is maar ruimte schept.
En dat merkten we. Aan het eind van het schooljaar hoefden we niet zo heel veel meer te doen. Geen berg achterstallig werk, geen incomplete doosjes, geen weken poetsen. Er was ruimte voor andere dingen. De kinderen organiseerden zelf het programma, bedachten afsluitingen, hielpen de jongsten. De omgeving had hen gevormd, en zij vormden de omgeving terug.
Die les probeer ik onze deelnemers van de opleiding altijd mee te geven. Niet als trucje om jezelf werk te besparen, al is dat een mooie bijvangst, maar als manier om kinderen eigenaarschap te geven over hun eigen plek.
Oefenen in de praktijk
En toch. Vandaag zitten we op de Thomas More Academie zelf alles uit te zoeken, te tellen en voor te bereiden voor het nieuwe seizoen. Emmers, kwastjes, doosjes. Precies het werk waarvan ik onze deelnemers vertel dat het kleiner wordt zodra je het deelt. Het is een grappig spiegelmoment. Ook wij, die anderen begeleiden naar een voorbereide omgeving die zichzelf bijna onderhoudt, eindigen elk seizoen weer met onze handen in de emmer.
Misschien is dat precies wat het werk levend houdt. Wie zelf de kraaltjes telt en de doosjes nakijkt, voelt opnieuw hoeveel zorg er in een goede omgeving zit. En wie dat voelt, geeft het met meer overtuiging door aan de kinderen en de leerkrachten die straks hetzelfde ontdekken. Volgend seizoen ga ik het toch net iets anders aanpakken.